Stil..

Hardloopblog bigsmilerunning stil

1 januari 2016. Ik keek vanaf mijn bed al een paar uur door het raam langs de vluchtig weg getrokken gordijnen. Buiten werd eindelijk de zon voorzichtig wakker. Hij rekte zijn glanzende stralen uit door de sluimerende bewolking. Ik kon hier nog uren blijven liggen. Dromen.. Hopen.. Buiten was het stil. Geen vuurwerk meer. Geen vogel die floot en ik hoorde geen verkeer. Binnen bonkte mijn hart. Binnen hoorde ik het kraken en piepen. Ik kon beter gaan hardlopen.

De laatste berichtjes van gisterennacht kwamen binnen. Lief en confronterend. Ik had me al omgekleed en het enige wat me nog tegen hield was de kou. Gevoelstemperatuur. Nu was mijn telefoon ook stil. Ik gaf mijn kater Merlijn een aai en ging naar buiten. Hardlopen was het enige wat ik nu kon doen.. het enige wat ik nu moest doen. Ver en hard weg rennen. Warm worden.

Ik pakte mijn standaard rondje richting ’t Leesten. Op een of andere manier deed me dat altijd aan de feestdagen denken. Met sneeuw logisch. Nu had ik geen flauw idee waarom. In het bos achter mijn huis was het rustig. Geen wandelaars, geen honden, geen spelende kinderen, geen montainbikers, geen andere hardlopers die de stilte verstoorden. Akelig.. Tja.. Het was 1 januari 2016, de start van een nieuw jaar. Wat wil je!! Eigenlijk was het meer de tijd voor een gezellig ontbijt met je geliefden.

Ik liep hier. Het begon licht te regenen. Mooi, dan zou een eventuele verdwaalde wandelaar niet zien dat er toch al druppels over mijn wangen bungelden. Langs de begraafplaats de Heidehof. De doden zwegen. Gelukkig maar. Berken kraakten terwijl ze met de wind mee bewogen. Zij wel. Verder was wel heel erg stil.. veel te stil.

Aan het einde van de weg tegenover de begraafplaats lag een groot veld. In de zomer was daar een zee van bloemen en in de wei ernaast paarden.. twee veulentjes dartelend door de wei. Nu lag het land er droog en kleurloos bij. De paarden stonden op stal. Geen veulen te bekennen. De wind waaide striemend over het kale land. Het begon nog wat harder te regenen.

Ik rende door naar ’t Leesten langs de spreng die kalm stroomde. Natuurlijk stroomde de spreng. De kracht van water die eeuwig de makkelijkste weg zou zoeken naar het laagste punt. Waarom liep ik tegen de stroom in? Ik zocht een pad waar ik warm van zou worden. Heuvelop en tegen de stroom in.

Bovenop de heuvel rook het naar verse gekapt dennenhout. Het was gestopt met regenen. De zon kwam langszaam weer door en scheen op het lege veld met de restanten van stoere dennenbomen.. nu gereduceerd tot stronken. Links in de verte kwam een jonge vrouw aanrennen. Ik was verbaasd. Ze was de enige die ik tot nu toe had gezien. Ik kon niet precies zien wie ze was. Ze had de zon in haar rug. Het licht vormde een aureool om haar lichaam. Naast haar liepen twee jonge hondjes. Ze had een rustig tempo en als ik me een beetje zou inhouden zouden onze paden elkaar kruizen en wellicht echt samengaan richting de laatste heuvel voor dat het prachtige heideveld van ’t Leesten zich zou openbaren.

Nieuwsgierig keek ik weer naar links, terwijl ik ondertussen oplette om niet te struikelen over een eventuele boomwortel. Ze kwam langzaam dichterbij. Ze had zwart haar en donkere ogen.. een prachtige zuideuropese verschijning. Het leek alsof ze twijfelend dan weer links danweer rechts zou gaan maar ze liep feilloos dansend en zigzaggend langs de grootste plassen en andere obstakels. Haar hondjes volgenden haar trouw in hetzelfde tempo. Ik hield me nog meer in. Wanneer krijg je de kans om met zo’n vrouw een stukje mee te lopen? Het retorische aspect van deze vraag hield me tegen om direct antwoord te geven. Mijn lichaam fluisterde voorzichtig “nu!!”.

De twee hondjes renden me tegemoet en bleven om heen draaien. Goed opgevoed en met enige tegenzin sprongen ze niet tegen me aan. Al had ik zelf de neiging om ze op te pakken. Ik stopte en haalde ze even aan. De jonge vrouw liep naar me toe. Ze glimlachte, keek me aan en zei “Paciencia y Confianza..”. Ik keek haar warrig diep in haar ogen. Te diep in haar ogen. Ze wees naar een heuvel in de verte. Ik draaide me om in die richting. Daar kwamen de jonge dennenbomen alweer in flinke aantallen uit de grond. Ik snapte wat ze bedoelde en genoot van het uitzicht.

Honderd fantastische eerste zinnen golfden door mijn hoofd. Ik draaide me om, om het ijzer snel te smeden. Ik zag haar jammerlijk met enige snelheid naar beneden het dalletje in rennen. Ik vervolgde zwevend en met een grote glimlach mijn eigen pad. Geluk zat hem in de kleine grote dingen. Vreugde zat hem in de verrassende dingen van het leven. Elke dag is weer een nieuwe dag. Elke dag is weer een eerste dag. Nu liep ik hier weer en was blij dat ik gewoon weer kon hardlopen. Een paar weken geleden was mijn voet een rugbybal. Nu liep ik hier in stilte te genieten. Blij dat het leven onvoorspelbaar en mooi was. Blij met een bietje geluk.

Met mijn endorfine weer op peil kwam ik thuis in mijn lege huis. De afgelopen maanden was ik met enig succes druk geweest om meer warmte in huis te krijgen. Op mijn derde kerstdagborrel met familie en vrienden zag ik dat dat gelukt was. Op de bank lag Merlijn te ronken.. Ik ging naast hem zitten en realiseerde me dat je blij moet zijn met alles wat je hebt en alles wat je krijgt. Ik trok al aaiend mijn oude schoenen uit. Merlijn opende zijn ogen, rekte zich uit, sprong op van de bank en liep trots naar de bijna afgetuigde kerstboom. Al was hij zijn natuurlijke schoonheid nog niet verloren. Op de plek waar dagen geleden de kerstcadeautjes lagen, lag nu een kleine bewegingloze mus. Merlijn draaide zich om, liep naar me toe en gaf me een kopje.. Gelukkig Nieuwjaar!!