Vakantie..

Gelukkig.. ik had ze bij me. Natuurlijk had ik ze bij me. Helemaal onder in mijn koffer vond ik ze.. mijn renschoenen. Daaronder lagen mijn shorts, shirts en sokken. Dat ik zou gaan rennen op vakantie was zo’n beetje het enige wat volledig duidelijk was. Waarschijnlijk was dat dan ook het eerste wat ik had ingepakt.

Nu zag ik ze weer, die afgetrapte maar ozo geliefde Salamons. Meer dan duizend kilometer hardloop plezier.. Heuvel op en af, over grind, schelpen, door mul zand, modder, plassen en zelfs door sloten.. En toch deden ze het nog prima. Helemaal ongeschonden waren ze niet uit de strijd gekomen. Maar de gaten en andere slijtageplekken waren de stoere littekens uit een roemrijk verleden.

Alles was stil in ons chalet ergens in het midden van Terschelling. Het enige wat de rust verstoorde was het onrustige ademen van mijn nog slapende zoontje. Ik was er onder tussen aan gewend geraakt. Mijn dochter sliep boven in het stapelbed in haar slaapkamer. Nou ja.. Het was meer een groot uitgevallen kast waar ook maar net plaats voor zo’n bed was. Het leek net alsof ze er later het huisje omheen hadden gebouwd. Ze sliepen heel diep. Het was tijd voor wat quality time met mezelf.

Ik trok de deur zachtjes dicht en verheugde me vast op die geweldige duintop die ik gisteren in de verte had gezien. Enthousiast liep ik het park uit. Ik zag hem liggen, zeer decoratief in de opgaande zon. Ik had nog even geen flauw idee hoe ik daar moest komen. Het leek niet van belang. Ik pakte het eerste zandpad in die richting. Konijnen schoten verbaasd weg. Kraaien vlogen alle kanten op. Ik stoof verder naar mijn duin.

Ik zag dat men aan de zijkant een trap had gemaakt.. Die negeerde ik met een vanzelfsprekendheid waar ik zelf versteld van stond. Te makkelijk.. Ik draaide naar rechts richting een vaag pad. Zo kon ik de hele duinrichel inclusief de top vol nemen.. Soms is het moeilijkste pad absoluut het lekkerst. Ik hoorde mezelf hijgen. Inderdaad niemand achter me. Ik voelde een enorme glimlach op mijn gezicht toen ik de top naderde. Wat een uitzicht! Was dit genieten of was dit genieten? Ok. ik zal jullie niet langer in de spanning houden. Het was echt genieten. Wat een rust. Wat een uitzicht. Ik vergat alles en ging even rustig staan.

De zon scheen al behoorlijk en verlichtte de duinen en het bos. Boven de bomen hing een buizerd. Waarschijnlijk aan het kijken welk onschuldig dier straks het haasje zou zijn. In de verte zag ik een duinmeer en een dorpje. Daarachter lag het Noordzee strand. Ik zag van boven min of meer mijn pad en stortte me in de afdaling. Heerlijk.. Ik struikelde mede door een laf verdekt konijnenhol, herstelde mijn evenwicht en rende door..

En doorrr.. Ik had het gevoel alsof ik niet te stoppen was. Ik was bijna 10 feet tall.. Vloog over kuilen en gaten, over mulle zandpaden, duintoppen en droog gevallen duinmeertjes. Het was en bleef stil.. Behalve het suizen van de wind en mijn eigen hijgen hoorde ik alleen het krijsen van de meeuwen toen ik per ongeluk te dichtbij hun broedplaats kwam. Ik nam nog een duinrichel en besloot daarna de verharde weg naar het strand te lopen.

Op die weg liep een medeloopster met halflang zwart haar, roze tenue en half lange broek. Ze liep soepeltjes als een dieseltje. Waarschijnlijk was ze al even onderweg en had eindelijk haar eigen tempo gevonden. Ze kwam me bekend voor. Langzaam liep ik op haar in waarbij ik de stilte verbrak door zachtjes te kuchen. Ze merkte me op en lachte. Ik zag haar genieten van het pad en het uitzicht. “Prachtig” zei ze waarbij ze eerst naar mij en daarna naar de omgeving keek. Ik knikte. Ze kwam me zo bekend voor. Ze vertelde met een licht mediterraan accent over haar lastige tocht dwars door het dichte donkere bos vlak voordat ze in de duinen was aanbeland. Dit open deel gaf een sterk gevoel van vrijheid vertelde ze me. Ze had inderdaad al wat kilometers erop zitten. Toch was ze niet moe. Sterker nog.. ze zat vol energie. We liepen samen richting het kustdorpje alsof het de normaalste zaak van de wereld was.

Het strand achter het dorp was prachtig en vrijwel ongeschonden. Alleen de wind en het terugtrekkende getij hadden zijn sporen achter gelaten. Ik stopte om er even bij stil te staan, te genieten en snel een foto te maken. In de verte zag ik een strandpaal. Met zijn rode kop een stille figurant in dit prachtig door de natuur geschapen landschap. Ik nam de foto en draaide me om naar mijn medeloopster in de hoop dat ik het uitzicht met haar kon delen.

Het strand was leeg. De wind had de eventuele sporen van haar uitgewist alsof ze er nooit was geweest. Ik kneep maar eens goed in mijn arm en wreef het zand uit mijn ogen. In de verte zag ik tegenover de branding de gelijknamige strandtent. Ik dacht met warme gevoelens nog een keer aan mijn medeloopster en hervatte mijn pad.

De zon begon ondertussen behoorlijk krachtig te schijnen. Mijn hoofd was gisteren een beetje verbrand. Water dacht ik. In het zand waren allerlei mooie golven en andere natuurlijke figuren gevormd. Het was haast zonde om hier door heen te lopen. Het was warm. De wind koelde me amper af. Dorst! Ik dacht aan de Marathon des Sables.. Een bizarre tocht van 240km dwars door de Sahara die ik never nooit niet zou maken.. Geen vergelijking natuurlijk maar toch.. Dorst.. Wie wilde het ook alweer lastig en lekker?

De strandtent was nog dicht. Alleen Cafe Max was open. Ik schepte wat water uit de zilver glinsterende bak die op de grond stond. Apart smaakje.. Even tanden bijten en nog een paar kilometers door. In een slakke tempo heel relaxt nog even genieten van de prachtige natuur en de rust. Vooral de rust.. het leek net vakantie..

Waarom doe ik dit niet vaker? Gewoon naar zo’n eiland of naar de kust om gewoon lekker te rennen, te genieten van de rust en verder helemaal niets.. helemaal niets. Ik liep terug naar het park dwars door de duinen. Ik voelde mijn benen een tikje zwaar worden. Ik voelde mijn lijf ontspannen. Ik voelde mijn hart bonzen. Het leven is mooi.. zeker op vakantie.