Even lekker de pijngrens verhogen..

Vorige week liep ik toevallig in het bedrijfsrestaurant tegen een collega aan. Hij was al geblesseerd en dat was balen. Daarom kon hij immers niet mee lopen in de vele trails waarvoor hij zich had ingeschreven. Hij bood me aan om in plaats van hem de Veluwezoomtrail te lopen. Tja.. het was een moeilijke beslissing, een heel lastige maar ja.. het is toch zonde om zo’n startbewijs te laten liggen. Ik vertelde hem dat ik dat wel voor hem wilde doen.. omdat hij zo aandrong.

Het was zowiezo een feest weekend. De dag voor de Veluwezoomtrail was er immers het Drakenbootfestival. Ik ging daar speciaal heen om een potentiele nieuwe sponsor van de club eens lekker enthousiast aan te moedigen. De middag verstreek en paar gele rakkers later werd ik gevraagd om, bij een mogelijke plaatsing in de halve finale, in de boot plaats te nemen. Natuurlijk doe ik alles voor een nieuwe sponsor dus zelfs die kokmuts en schort werd zonder enige schaamte aangetrokken. Mogelijk hielpen die gele rakkers ook daar een handje bij..

Die avond las ik op het internet de vele waarschuwingen met betrekking tot het nuttigen van alcohol en sporten. Gelukkig zag ik daartussen ook een lichtpuntje. Het drinken van kleine hoeveelheden alcohol zou namelijk de pijngrens verhogen. Dat was goed nieuws en toch kwam het eigenlijk voor mij te laat.

De volgende ochtend werd ik wakker met een redelijk droge en schore keel. Wellicht was het toch ietsje teveel van het goede geweest. Gelukkig was mijn pijngrens verhoogd anders had ik wellicht een lichte koppijn gehad. Ik nam me voor om veel te drinken. Water dan.. veel water..

Verder wilde ik op tijd aanwezig zijn om eventueel nog een beetje bij te trekken op een zacht grasveldje in de zon. Ik was dan ook ruim anderhalf uur voor de starttijd aanwezig om mijn startnummer te halen en mij verder horizontaal in rust voor te bereiden. Op het startnummer stond de naam van mijn collega. Met een dikke stift kraste ik de letter N door. Ik zou deze Veluwezoomtrail zeer toepasselijk rennen met op mijn buik “O.NO”..

Liggend in het gras zag ik tot mijn verrassing een renmaatje van AV34, de talentvolle Inge. Op haar buik zag ik dat ze de dertig zou gaan rennen. Ik stond op en liep tamelijk onder de indruk naar haar toe. Inge was zich tussen haar drie spelende kinderen in alle rust aan het voorbereiden. Ze maakte een tikketje zenuwachtige indruk. Terecht zou ik zeggen. Het was haar eerste trail en die 30 kilometer bleek in het echt een 33 kilometer lange trail.

Ik probeerde haar gerust te stellen door haar aan te raden gewoon rustig aan te beginnen. Tuurlijk zei Inge. Ik begin gewoon rustig 11km/u en daarna ga ik naar 12km/u. Ik kon alleen maar lachen. Ik had al bedacht dat 10km/u het hoogst haalbare was op dit traject. Instinctief maakte ik me zorgen. Wie zou tijdens de tocht een oogje in het zeil houden? De Grote Jongens liepen in Cortina. Alleen Penn was er maar die fietste als bezemwagen veel te langzaam voor de ambitieuze Inge. Wellicht toch meelopen met de dertig? Mijn hoofd klopte “Nee!!”, net onder de pijngrens. Ik liet het los. Ze was immers een grote meid. In staat om drie kinderen op de wereld te zetten dus met haar pijngrens zal toch echt niets mis zijn.

Ach en twee minuten later lag ik weer in het gras te kijken naar de wolken. Ik zag badpak.. ownee.. toch een bikini. Humm.. beter om mijn ogen dicht te doen. Langzaam doezelde ik weg naar een mooi land niet zo heel ver weg.. waar de zon altijd schijnt.. waar de mensen warm en liefdevol, onverstaanbaar en toch charmant voorzichtig kennismaken.. waar de corazon van vol is.. loopt de boca van over..

Een kwartier later schrok ik wakker van een man die de start van de dertig aankondigde. Ik had nog wat gedroomd over een gestolen beker. Vaag.. Ik wreef in mijn ogen om daarna snel op te springen. Het startschot klonk. De mussen vielen van het dak. Het was warm. Ik moedigde Inge aan. En natuurlijk ook Penn. Zijn geduld zou aan de staart van het peloton waarschijnlijk behoorlijk op de proef worden gesteld.

Een tweede hardloopmaatje liep enthousiast naar me toe. RunningMate was helemaal klaar voor de 14km. Gelukkig hoefde ik niet helemaal in mijn eentje de “pussy”-run lopen. Dat wil zeggen RunningMate deed zijn naam en reputatie niet helemaal eer aan. Hij wilde knallen en hoog eindigen. Daarvoor had hij bedacht dat bij een snelle start hij de eerste heuvelop zonder onderbrekingen door zou kunnen lopen. Daar waar latere langzamere starters waarschijnlijk met ernstig oponthoud te maken zouden krijgen. Het was te mooi om waar te zijn. Waar was de adder? Die werd volgens de omroeper net voor de start van het parcours verwijderd.

Ik besloot om zijn idee toch te volgen, startte voor de zekerheid helemaal vooraan en begon bij de eerste 25 aan de eerste klim. Mijn blijschap was echter maar van korte duur. Deze klim was niet normaal. Daar was Col du Bambi een molshoop bij. Daarna kwam er nog een van hetzelfde caliber. Eenmaal bovenop de Posbank werd ik getrakteerd op een fantastisch uitzicht. Wie had er nog behoefte aan Cortina terwijl je dit bijna in je achtertuin hebt.

Nog meer traktaties.. Een spectaculaire afdaling dwars door het net bewonderde uitzicht. De zon scheen prachtig op de lichte glooiingen. Het was stil. Alleen op 10 meter voor me zag ik een paar lopers. Dit uitzicht is gemaakt om gedeeld te worden. Ik kreeg een brok in mijn keel. Die was trouwens al best droog aan het worden. Deze afdaling was echter niet geschikt om even wat te drinken. Ik zweefde over een kunstmatig aangelegde afdaling beschermd door ronde balken wat zorgde voor een trap-effect. Bij elke sprong naar de volgende tree spreidde ik mijn armen alsof ik als een uil met een paar krachtige slagen het luchtruim zou kiezen. Aan het einde van de afdaling stak een kleine kudde wilde paarden over. De wind blies in mijn gezicht. Het laatste zwart-wit gevlekte paard stopte plotseling en draaide zijn hoofd naar me toe. Het leven was mooi en soms nog veel mooier.

image

Het parcours bleef heuvelachtig en mijn keel was veranderd in een zandverstuiving. Ik moest even drinken. Was er nu wel of niet een verzorgingspost? Ik besloot mijn eerste beltflesje maar aan te breken. Het voelde als een druppel in een zandbak. Kwam dit door de vorige avond? Was dit nadorst? Dan die andere ook maar. Inderdaad wel wat beter.. Twee druppels in de zandbak.

Zonder water liep ik een stuk lichter. Toch was ik blij om de verzorgingspost te zien. Kwam waarschijnlijk ook door die geweldige glimlach van die vrijwilligster. Of spiegelde ze mij? Ik dronk wat. Vulde mijn flesjes en ging weer door. De dorst was even minder. In ieder geval minder groot dan de vorige avond. Ik vroeg aan haar hoe ver het nog was. Ik was door die keel onverstaanbaar. Ze zei “Ja..”. Ze zal wel “Nee..” bedoelen.

Ik besloot er nog even wat meer aan te sleuren. Ik liep tenslotte bij de eerste 25. Een voorganger liet het wildhek twee meter voor mijn neus dichtvallen. Dat is jammer! Dat doen trailers toch eigenlijk nooit. Die gast moest ik nog even inhalen. Dat zal hem leren. Met mijn laatste krachten probeerde ik in te lopen. Dat viel nog niet mee. Hij liet zich niet zo maar passeren. Daar waar ik eerst met mijn 1 meter 89 de laaghangende takken moest ontwijken. Daar loop ik nu zo op mijn tong op mijn enkels, dat ik er met gemak onder door ga.

Ik moest denken aan Vos en een van mijn laatste zondagochtend lopen. Uit mijn tenen haalde ik nog wat energie. Ik voelde me aan mijn arm mee getrokken de heuvel op. Ik riep keihard een drieletter woord en realiseerde tegelijkertijd dat dit een rust gebied was. Het hielp echter wel. Ik keek hem bij het inhalen in de ogen en hield 50 meter later gewoon voor hem het hek open.

Aan het eind werd ik minder scherp. Ik genoot van de omgeving. Een jongen probeerde mij aan te moedigen door luidkeels “O.. No..?” te roepen. Een enthousiaste vrijwilliger riep dat het nog een paar kilometer was. Ik riep enthousiast “bedankt” terug en liep strak, met een handje aan de grond, door de linkerbocht. Een achtervolger begon te lachen en wees me erop dat we dan wel de andere kant op moesten. Ik gooide de ankers uit, viel bijna en zag inderdaad aan het einde van de rechterbocht weer witte linten hangen.

Op de splitsing van 14 en 30 kilometer moest ik even aan Inge denken. Ik zat er behoorlijk door heen en zij moest hier nog minstens de helft. Knap dacht ik.. Respect dacht ik.. Ik dwaalde even af. Gelukkig zette die boomwortel me weer met twee benen op de grond. Tenminste in eerste instantie viel ik en daarna..

Het restant van de trail liep ik op een zekere routine. Mijn dorstige lichaam negeerde ik maar even. Ik zag een kind langs de kant een flesje fanta drinken. Ik hield me in en liep snel door. Mijn dorst zou gelest worden bij de finish. Daar stonden ze inderdaad gewoon een (alcoholvrij) biertje te tappen zoals dat gebruikelijk is na een trail. Ik dronk het biertje zonder enige moeite op. Tja.. ’s avonds een vent.. dan de volgende ochtend ook een vent..

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *