Rustig an! deel 2: Geen zorgen.. gewoon lekker lopen..

De spanning voor de laatste etappe van de 14e hardloopvierdaagse van Apeldoorn was te snijden. Zeker voor de nog maagdelijke hardlopers die deze etappe voor de eerste keer zouden lopen. Constance en ik lagen in het natte gras op een schone vuilniszak van de perfecte organisatie. Trainert en Vos stonden redelijk relaxt bij ons in het grasveld naast de start. Zij hadden deze etappe al wel 40 keer gelopen en schepten meer op dan de vrijwilligers van de pastaparty. Brok keek verveelt naar de grijze lucht. Het kon wel eens een lange dag worden.

“Die tweede heuvel die gaat maar door.. Ik dacht vorig jaar.. Er komt geen eind aan.. En dan die temperatuur. Dat maakt het helemaal zwaar. Niet normaal meer!” vertelde Trainert met een serieus gezicht. Vos knikte met zijn hoofd en draaide zijn hardloopsjaal nog maar eens goed over zijn voorhoofd. Ownee, mijn excuses.. dat is natuurlijk een Bandana.

Het was sowieso een vierdaagse vol met hippe hardloop fashionstatements. Het naveltruitje was weer helemaal terug van eigenlijk nooit weggeweest. Al zag je wel dat sommige loopsters en die ene loper vergeten waren om te kijken of het truitje nog wel de goede maat had. Natuurlijk was daar dan de Bandana overgewaaid uit de trail- en het “Guns n Roses”-wereldje. Maar mijn persoonlijke favoriet was wel het hardlooprokje. Briljant in zijn eenvoud en gestimuleerd door diverse landelijke hardloopinstanties. Ze hanteren daarbij de gedachte dat wat de hockey bond kan, dat kunnen wij ook en zelfs beter. Echter sloeg het meelopend lid van de Schotse hardloopbond de plank, met de introductie van het mannelijke ruiten gewaad, volledig mis.

Ik kreeg trouwens nog de vraag hoe het een dag eerder was afgelopen met Brok en Constance. Brok vond de Col du Pyramide een makkie en de Col du Bambi viel reuze mee. Ik dacht meer aan Col, hij meer aan Bambi. Ik weet ook niet waarom. Hij liep een snelle tijd waarschijnlijk gestimuleerd door het zeer enthousiaste meegereisde publiek wat massaal voor hem ging staan. Constance liep ondanks of dankzij de met haar mee rennende fans super goed. Ze was in ieder geval veel sneller dan de sympathieke EHBO-er die haar blaren na afloop behandelde. Wellicht overbodig maar ze liep wederom een strak gemiddelde snelheid van 11 km/u.

 “En dan die afdaling.. dat is zeker geen katte-urine.. daar zit toch zeker een kilometer lang een oude klinkerweg in.. nog aangelegd door onze oosterburen zo’n 70 geleden vanwege het mooie uitzicht bovenop de heuvel..” ging Trainert nog even verder. Constance fronste haar keurig bijgewerkte wenkbrauwen. Ook geïnspireerd door de pastaparty deed Vos er nog een extra schepje bij op: “Klinkerweg? Ammehoela.. het is meer een zandweg met wat omhoogstekende stenen..”. Constance gaf mij de blik en verdween richting de mobiele wc’s. Ondertussen complimenteerde ik de heren met hun ingetogen subtiliteit en hun hoogstaande niveau van inlevingsvermogen.

Net voor de start vond ik Constance terug. “Ik ga echt geen 11km/u lopen.. we gaan rustig aan doen.. anders gaat het mij niet lukken.. ik wil echt alles geven.. maar moet je eens voelen.. die bovenbenen zijn keihard..” zei ze stellig. Ik strekte mijn hand, trok hem direct weer terug en knikte slechts. Ze zagen er inderdaad keihard uit. Ik voorspelde haar dat het allemaal wel mee zou vallen. Dat ze zich geen zorgen hoefde te maken. Dat ik ondertussen wel had geleerd om rustig aan te doen.

Het startschot ging. Ik keek met smart naar al die AV34 mensen die langzaam uit mijn gezichtsveld verdwenen. Zelfs Chauffeur liep lachend bij me weg. (Lees meer over Chauffeur in https://bigsmilerunning.wordpress.com/2013/05/14/lekker-modderen-op-de-koning-van-spanje/). Rustig an! Dat was het devies. Ik keek Constance aan en zei dat we die straks nog wel terug zouden zien. Was dit bluf of een echte voorspeling?

Constance maakte zich zorgen. Ik zag het aan haar blik. Haar stralende glimlach zakte langzaam naar een zorgelijk dieptepunt. Dat gold niet voor de eerste kilometers in het parcours, dat liep gemeen vals op. Toch liepen we helemaal niet zo slecht. Ik telde de vrouwen die we in haalden. Het waren er verdacht veel. In ieder geval meer dan dat ik had durven voorspellen en zij had verwacht. Ze keek totaal overbodig op haar horloge en draaide haar hoofd verbaasd naar mij. Ik wist direct hoe laat het was. “11 km/u” zei ze. Ik lachte en zette mijn semi-arrogante “told you so”-blik op.

Na 8,5 kilometer maakt het parcours een haakse bocht naar rechts. Het is het begin van de lange klim. 70 meter hoogte verschil moest worden genomen in 4,5 kilometer. Dit was geen col du Bambi. Dit was col du Kumt Uut Twello. Ik merkte, ondanks dat, amper verschil in tempo. Constance merkte het ook en begon warempel te glimlachen. De zorgen waren als sneeuw voor de zon verdwenen en alsof de duivel ermee spotte.. de zon brak door. Dat was al aangekondigd door mijn krasse medelopers. Het werd warm. Een druppeltje zweet kroop van mijn hoofd richting mijn ogen. Ik dacht aan Juf en haar camelbak, weet ook niet waarom.

Trainert had geen woord teveel gezegd. Er kwam geen eind aan de stijging. Toch liepen we super en zagen onze achtervolgers verder weg zakken. Dit leek toch gemakkelijker te worden dan gedacht. Kleine pasjes, geen versnelling zoals we dat altijd deden. Rustig blijven. We haalden nog een paar vrouwen in. (Red. Voor de lezers die zich afvragen wat dit voor een loop is. Er werden ook wel wat mannen ingehaald. Dit is echter niet relevant voor de verhaallijn.) Constance leek zich wat meer op haar gemak, haar vertrouwen was terug. Ze zag dat het best ging. Ze liep allang niet meer schuin achter me. Ze liep gewoon naast me. Tot grote blijdschap van mijn, op de eerste dag zo gekwelde, nekspieren.

Na 13,5km ging het naar beneden. Op het laatste deel van de heuvel hadden we wel wat snelheid verloren. Tja, ook Constance is maar een mens.. een vrouw zelfs. Nu we weer naar beneden gingen haalden we weer tijd in. Het ging super soepel al merkte ik wel dat op de korte heuveltjes mijn benen zwaar begonnen te voelen. Ik had tijdens de klim nog kleine discussie met haar over het gebruik van stimulerende middelen. Ze dacht namelijk dat het innemen van een jelletje wellicht effect op haar maag zou kunnen hebben. Tja.. daar kom je dan maar op een manier achter. Door het gewoon te proberen! Maar wat denk je? Ik kreeg wat last van mijn maag. Dat haalde wel mijn gedachten van mijn benen af. Dus kon ik gelukkig gewoon doorrr rennen.

Al met al was het mee gevallen. Niet dat we in die laatste kilometers echt hard konden lachen maar onze grootste zorgen bleken gewoon mee te vallen. We hadden de lange heuvels en de 70-jarige Herenbahn zonder enige problemen en kleerscheuren genomen. We hadden het gewoon gedaan. Ondanks een paar verwoede pogingen van mijn kant, zat een laatste eindsprint er niet meer in. Dat gaf dan ook helemaal niets. De speaker moedigde ons nog aan door helaas ons totaal absurd “Steef en Marcel” te noemen en ook daardoor lieten we ons niet van de wijs brengen. We finishten onder luide aanmoedigingen van oa. Brok die al een eeuwigheid binnen was, Meisjevan (de tassen), Tinkerbell en een schattige Zweedse fan.

Constance keek op haar horloge en glimlachend riep ze “11 km/u”. Tja.. die had ik al zien aankomen. En owja.. ik denk dat ik de volgende keer maar in een blauwe jurk ga lopen en volgepakte veilinghallen ga vermaken want ook de laatste voorspeling was uitgekomen. Natuurlijk zagen we ook Chauffeur terug.. achter de finishlijn.. Dat detail had ik dan weer niet voorspelt..

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *