c’est mourir un peu..

Het was alweer een tijdje geleden dat ik mee liep aan een wat serieuzer hardloopgebeuren. Natuurlijk had ik wel wat losse dingetjes gedaan maar niet om over naar huis te schrijven. Tja.. en hiervoor liep ik de marathon. Maar dat is natuurlijk een heel ander verhaal.. een veel langer verhaal..

De koningsloop in Zwolle, klinkt goed. Op het eerste gezicht een schattig leuk loopje. Geen kuitenbrekers, irritante heuvels of andere dingen die me zorgen baarden. Ik twijfelde even en zag daarna geen enkel obstakel om het niet te doen. Met een beetje spirit zou het moeten lukken..

20140428-232617.jpg

Dus daar zat ik dan in de kantine van de lokale AV boven mijn warme thee te peinzen wat ik hier hemelsnaam ook alweer eens deed. Ok.. Ik miste de wedstrijden. Ik miste dat samen iets leuks doen. Ik miste dat samen naar iets toewerken. Dat gevoel van warmte en saamhorigheid als de afstand is afgelegd. En nu zat ik hier in mijn eentje een beetje om me heen te kijken..

Door de stoom van de hete thee zag ik een lokale schoonheid druk zijn met de na-inschrijvingen, veilig achter een tafel met laptop en naast de man die wel haar vader zou kunnen zijn. Maar het waarschijnlijk niet was.

Het clubgebouw bruiste van vrijwilligheid. De aardige thee-juffrouw die me net in alle rust uitlegde waar ik de thee kon vinden zag me kijken en lachte nogmaals naar me. Een andere man legde met veel charme uit hoe je de tijdsregistratie chip kon en hoe je hem moest vast maken. Geen vraag was teveel. Men nam de tijd en deed het met aandacht. Dit was op en top Zwolle. Recent opnieuw gekroond tot trots van het Oosten. The place to be.

Daar was ik dan ook. En dank je wel, Universum, niet meer lang voelde ik me alleen. Door de drukke deur opening wurmde een bekend gezicht zich naar binnen. Ik herkende hem direct. Het was een van de grote jongens. Chris zat al bij mijn eigen AV toen die club alles won wat er maar te winnen viel. Eigenlijk wilde ik zeggen.. toen ik nog niet geboren was. Ik was echter toen al wel geboren. Chris, zonder blonde lokken zoals zijn naamgenoot van de reisprogramma’s, liep breed glimlachend naar mijn tafel. Gezellig.

Zo stonden Chris en ik gebroederlijk aan de start. Allebei in de clubkleuren, hij in het groen en ik in het wit. Om me heen stonden vooral medelopers te wiebelen, waarschijnlijk een combinatie van de enigszins frisse ochtendwind en wat gezonde spanning. Boven ons hing een helder lichtgrijs wolkendek wat behoorlijk in contrast stond met de donkere wolken die vanuit Duitsland langzaam onze kant opdreven.

De presentator knalde het startpistool. Als hazen schoten we weg richting het einde van de atletiekbaan, langs de kantine, een paar boerderijen.. zo de fris groene polder in. Het rook vrij landelijk, misschien kun je wel zeggen dat het stonk. Het frisse sloeg dan ook op het groene gras wat al redelijk hoog stond. Langs de kant van de sloot hadden waarschijnlijk aanwonenden geprobeerd de oprukkende paardenbloemen de hals om te draaien door het gras kort te houden. Tevergeefs zou zal blijken. Ik zag de eerste nieuwe gele rakkers hun hoofd al dapper boven het maaiveld uit steken.

Het eerste deel ging ons relatief gemakkelijk af. Chris sleepte me naar een snelheid dat duidelijk boven mijn normale tempo lag. Ik droomde even dat zo’n soepel begin wel moest leiden tot een nieuw PR of andere glorievolle resultaten. Draaide enthousiast de bocht van het keerpunt door en zag de droom door een straffe tegenwind weggeblazen worden. Dat was niet afgesproken. Dit zou een makkelijk loopje zijn.

Chris had echter geen enkele moeite om het tempo vol te houden. Langzaam liep hij bij me weg. Ik voelde afstand. In mijn hoofd klonk een pakkend tune-tje. Irritant, geen flauw idee welk nummer. “I got my ticket for the long way round.. Two bottles whiskey for the way..” Chris keek achterom. Ik schreeuwde en gebaarde dat hij maar alleen door moest gaan. Dit was gewoon te zwaar voor me. “And I sure would like some sweet company.. And I’m leavin’ tomorrow what’d ya say?”. Heel irritant.. het refrein weet ik niet meer..

Het gras was opeens minder fris. Zelfs in het aangrenzende weiland leek het niet groener. De bewolking was duidelijk donkerder. Onderaan de dijk zag de IJssel er ook onrustig uit. Ik herinnerde me de vorige keer dat ik hier liep (lees ook op: https://bigsmilerunning.wordpress.com/2012/11/27/extreme-sport-hardlopen/). Brrr.. Ik zat te denken aan opgeven. Niemand dwong me immers om de volledige 15km te lopen. 2 rondjes van 10 km waren meer dan voldoende of wat dacht je van die mannen die ik net heel stoer dat rondje van 5 had zien doen?

Dit soort intern geneuzel zorgde echter niet echt voor de gewenste extra snelheid. Ik bedacht me dat dit de eerste tegenslag was en dat dat dan toch niet gelijk tot opgeven hoefde te leiden. Ik zocht naar wat ondersteuning uit het publiek. Welk publiek? Langs de kant stonden alleen redelijk verveelde oud atleten en/of geblesseerden weg te rillen. Niemand had deze trouwe lieden blijkbaar geïnstrueerd dat slechts al een lichte klap in de handen voor zowel henzelf als de voortploeterende deelnemer behoorlijk wat warmte zou opleveren.

Bij het overgaan van de finishlijn na de eerste ronde waren er wellicht meer mogelijkheden om het moraal wat op te krikken. Inderdaad voelde ik me opwarmen toen de omroeper bij mijn doorkomst opgewekt mededeelde dat er nu wat meer gerenommeerde lopers voorbij kwamen. Ik lachte, spande mijn buikspieren, deed mijn kin omhoog en.. voelde me wat dom toen bleek dat, ondanks mijn doorkomst in iets meer dan 22 minuten, de charmante man met microfoon het had over een paar oudere Zwolse fenomenen die vlak achter me liepen.

In een veel langzamer tempo ging ik de tweede ronde in. Chris was inmiddels niet veel meer geworden dan een onbereikbaar groen stipje in de verte. Ik liep nu echt in mijn eentje en zo voelde het ook. Gelukkig kon ik me even optrekken aan een jonge vrouw in het roze met op haar shirt een ohm-teken. Aan haar tempoversnelling concludeerde ik dat ze bezig was met haar laatste ronde waarschijnlijk dus voor de 10 km. Ik was blij dat ik een stukje met haar mee mocht lopen.

Langzaam maar zeker nam ze steeds meer afstand. Helaas moest ik haar laten gaan. Of liet ze mij achter? Het effect was hetzelfde. Ik kon alleen nog maar staren naar dat langzaam kleiner wordende bijzondere teken op haar rug. Wellicht kon ik haar na de finish bedanken of misschien moest ik me ook maar beperken tot een droevige 10 km.

Ik maalde door en liep langzaam in op een breed glimlachende rustige man van ergens halverwege de 50 met strak naar achter gekamd grijs haar. Ik keek hem aan en besloot een tijdje naast hem te lopen. Hij knikte van “Ok, prima”. Hij hield me uit de wind en zorgde dat ik weer een beetje energie kreeg. Langs de weg stond een reclamebord van een kunstzinnig en culinair clubje, een maffe combinatie van tarts en arts. We moesten lachen en gingen doorrr..

Het gaf me energie. Precies wat ik nodig had. Ik moest nog een rondje. Die wilde ik zelf doen. Ik zette nog eenmaal aan maar was vergeten dat het weer even wind mee was. Dus liep ik nogmaals tegen dezelfde steen bij het keerpunt. Zucht.. wind tegen.. Het tempo daalde even snel als mijn moraal. Mijn benen gingen op de automatische piloot.

Zie je? Ik had moeten stoppen bij de 10km. Een oude blessure speelde op. Vlakbij mijn linkerborst voelde ik een steek. Waar kwam dat nu weer vandaan? Het zat me niet echt mee. Gelukkig als de nood het hoogst is, is de redding nabij. Het begon te regenen. Dat leidde wat af. Behoorlijk hard ook. Geen pet op, dus het water liep in mijn shirt en mijn ogen. Ik was er helemaal klaar mee.

Op de dijk zag ik in de IJssel een roeiboot langzaam door het water glijden. De twee roeiers haalden precies tegelijkertijd de spanen door het water. De gutsende regen deerde hun niet. De tegenwind ook niet. Tjonge, het leek er zelfs op dat ze tegen de stroming in roeiden. De voorste gaf het ritme aan. De ander volgde. Toch deed ieder zijn eigen ding..

Dit was mijn ding. Dit geploeter op de dijk, het gestrompel tegen de wind, dwars door de zeikende regen, kilometer voor kilometer eenzaam en alleen vechtend tegen mezelf. Elke stap weer een mogelijk nieuwe ervaring, een mogelijk nieuw inzicht. De blog schreef zichzelf. Ik liep hier omdat ik dat wilde. Verder deed het er niet toe. Los laten..

In de verte zag ik het clubhuis en de atletiekbaan. Met grote glimlach en prikkende regen in mijn ogen rende ik met mijn laatste krachten over de baan richting finish. De omroeper noemde mijn naam. Chris schreeuwde me vooruit. Ik was helemaal kapot en toch springlevend. Ik rende over de finish in een slechte tijd.

Hoezo slechte tijd? Het was een prima tijd. Lastig en mooi. Gezamenlijk en toch alleen. Beetje dood gaan en toch springlevend over de finish. Hardlopen is net.. het is leven. Op naar nieuwe tijden. Dat ze vooral maar lastig en heel mooi mogen zijn

6 gedachten over “c’est mourir un peu..

  1. knap van je dat je ben door gegaan.Wij waren in Dieren een mars aan het lopen.Gingen voor de 25 km.maar zijn gestopt bij 15km.Het was te slecht.Het stort regende en al die blup in het bos.Maar we kunnen nog wel een andere keer km ters maken. Groetjes Ma.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *