Maakt je sterker..

Het is goed om jezelf af en toe flink op de proef te stellen, om er echt alles uit te halen. Ik loop nu toch al weer een aantal jaartjes hard en realiseer me dit eigenlijk pas sinds kort. Eerder liep ik gewoon relaxt vele kilometers en dacht dat dat wel voldoende was. Eigenlijk ben ik jarenlang op hetzelfde niveau gebleven, ben niet echt sterker geworden. Ik loop nog steeds marathons net onder de 4 uur zoals mijn eerste in 2012. Time flies..

Aan de andere kant is het ook prima. Ik heb er nog steeds plezier in. Laatst in de trein naar Utrecht, tijdens een leuk gesprek met een stewardes van onze koninklijke luchtvaart maatschappij, realiseerde ik me echter ook dat het tijd was om het anders aan te pakken. Zij vertelde hoe bij onze nationale trots iedereen hemel en aarde bewoog om te verbeteren. Dat was noodzakelijk om ook in de toekomst leuk mee te kunnen doen. Interessant.. Ik bedacht me dat onze Nationale Spoorwegen daar nog wel wat van zouden kunnen leren.

Zoals ik al van de NS had geleerd, dat als je alles elke dag hetzelfde doet, het er ook niet veel beter op wordt. Na een korte vertraging vanwege een seinstoring, een vertraagde goederentrein, een motorisch probleempje en gestolen koper (waarschijnlijk deurklinken..) kwamen we uiteindelijk aan op het Centraal Station. Tot groot genoegen van mijn aardige reisgezellin applaudisseerde ik voor de machinist, die het ondanks alles toch was gelukt om de trein op het goede spoor te houden en de eindbestemming te bereiken met slechts een kleine 10 minuten vertraging. Enkele verbaasde reizigers namen het aardige gebaar over. Andere waren slechts de stille getuigen van de geboorte van wat misschien wel een nieuwe traditie zou kunnen worden.

Zo liep ik relatief geruisloos en toch met veel plezier de laatste jaren bij de groep van trainer D’nRem. Gezelligheid stond en staat daar hoog in het vaandel. En mocht ik me toch nog willen uitsloven dan kon dat altijd door gewoon elke versnelling vooraan mee te lopen. D’nRem zegt altijd dat rust een belangrijk element is in de voorbereiding voor de marathon. Hij heeft natuurlijk gelijk. Dat sluit ook wel aan bij dat nieuwe Sportrusten. Max 14 kilometer lopen in de voorbereiding naar de marathon. Ik weet het niet. Eind vorig jaar heb ik wel 5 weken rust gehad vanwege een blessure. Het is nu tijd om in beweging te komen. Een oud Chinees spreekwoord zegt: “Als je niet beweegt, dan sta je gewoon stil”.

Afgelopen zondag liep ik een 20+ door het mulle zand en langs modderige poelen met de Grote Jongens. Zeker gezellig. Al liep ik toch ook vaak achteraan te bungelen, ik moest weer eens echt aan de bak. Het verzette mijn aandacht op het puur fysieke. Even niet nadenken, even geen zorgen of angsten. Gewoon lekker fysieke, zweterige, keiharde afleiding. Als ik dan daarna onder de douche sta of in bad lig, dan heb ik toch eerder dat bevredigende gevoel. Zo’n gevoel van “Ja, ik heb getraind”. Twee dagen later voelde ik het nog.

Mijn voornemen van 2016 is om vaker me extra in te zetten, de grenzen op te zoeken en er voorzichtig overheen te gaan. De Grote Jongens hebben een geschikte en fijne manier van een training opbouwen. Rustig aan beginnen, halverwege langzaam versnellen, af en toe een korte periode tempo versnellingen, dan even bijkomen terwijl de snelheid omhoog gaat, om uiteindelijk samen bij de eindstreep te komen. Onderweg help je elkaar. Soms van de wal.. soms van de regen.. en heel af en toe ook uit de wind. Maar wat er ook gebeurd.. Samen uit.. Samen thuis.

Donderdagavond liep ik achterin te bungelen met een sympathieke medeloopster. Ik had het zwaar. Zij had het nog zwaarder. Ik besloot om bij haar te blijven. Gedeelde smart is halve smart en verder is het wel zo gezellig. Voorin ging het tempo nog een keer omhoog. Ik keek haar aan. Ze vertelde hijgend dat ze dat tempo toch echt niet trok. Ik zag haar afhakken. Ik besloot iets langzamer te gaan lopen. In je eentje achteraan lopen dat is niet fijn. Dan kun je je echt klote voelen. Soms zeggen ze wel eens.. de laatsten zullen de eersten zijn, maar bij hardlopen is dat onzin. De eersten zijn gewoon de eersten zoals de laatsten toch echt gewoon de laatsten zijn.

Ik zag haar stoeien al hield ze zich stoer. Je krijgt dan echt de neiging om iemand aan de hand mee te nemen. Al was misschien een arm om haar schouder meer gewenst. Ze keek me aan en zei dat ik wel door mocht lopen als ik dat wilde. Allerlei gedachten kwamen in me op. Wilde ze me niet ophouden? Dacht ze misschien dat ik naast haar liep uit medelijden? Voelde ze zich opgelaten omdat ze het gezelschap van mij wellicht wilde en toch ook weer niet? Wilde ze liever in haar eentje lijden? Ik was meer met haar bezig dan met mezelf.

Ze had natuurlijk gelijk. Eigenlijk loop je altijd alleen, zelfs al loop je met zijn twee├źn of misschien wel met een groep. Je moet het zelf doen. Je moet het zelf kunnen. Ik knikte schaapachtig naar haar, versnelde licht en liet haar los. Toch voelde het alsof ik haar in de steek liet. Ik schudde mijn hoofd en besloot om mijn voornemen door te zetten. Doe het eens anders! Kom in beweging! Als een opstijgende witte zwaan versnelde ik door de plassen van het beregende wegdek. De halfvolle maan en een sporadische straatlantaarn verlichte mijn pad. Vleugels, een pad en licht.. bijna alles wat ik echt nodig had.

Eenzaam en alleen stormde ik uitgeput maar bevredigd het terrein van de atletiekvereniging op. Binnen een paar ogenblikken druppelden ook de rest van de lopers binnen. Ik voelde mijn benen. Ook het laatste restant van die voetblessure voelde ik een beetje. Die spier in mijn borststreek speelde ook weer op. Ik veegde mijn voorhoofd en wangen droog. De baan lag er mooi en verleidelijk bij. Ik had de neiging om nog een paar rondjes uit te lopen. In een ooghoek zag ik de medeloopster van zoeven. Ik verlegde mijn aandacht en zag gelukkig dat ze ok was.

Natuurlijk was ze ok. Ze zag niet geheel onterecht mijn bezorgde blik en brabbelde nog wat over weer wat meer trainen. Met een serieuze frons op haar gezicht vertelde ze me dat ze even moest bijkomen van een voor mij niet geheel onbekende blessure. Ze wilde haar tijd nemen om weer terug te komen. “Ik ga hier echt niet dood aan” zei ze stellig. Ik dacht stiekum “what doesn’t kill you..” “Over een tijdje lopen we weer samen. Als je me dan nog kunt bij houden..” zei ze lachend en ze gaf me een knipoog voordat ze omdraaide naar de kleedkamers. Ik veerde op en besloot toch die paar rondjes nog over de baan te lopen. Wat extra beweging zou me geen kwaad doen.. en anders de afleiding wel..